productiegroep



‘Ik dacht ik vertel een sprookje.

Want lang, lang geleden werd dit een klein blond meisje voorgelezen

en om een of andere reden is het nooit meer uit haar herinnering verdwenen.

Misschien dat het niets betekent, is het slechts een willekeurigheid.

Maar de vliegende gedachtes in mijn hoofd

laten mij geloven dat het mogelijk

een flardje mij omschrijft…

 

 

“Er was eens een prins

Die trouwen ging

Met een prinses

Die hij wenste niet alleen mooi,

Maar ook lief te zijn

 

 

Gelukkig had de prins een werker

Die de eigenaardige eigenschap bevatte

Slechte gedachtes te herkennen

Als zwart gevleugelde insecten

Vliegend om de hoofden van de mensen

 

 

Er arriveerden elf prinsessen op zicht

En onderwijl de prins zijn blik richtte

Op de mooiste gezichten

Ontfermde de werker zich

Over of de prinsessen

Slechte gedachtes kenden

 

 

Gelukkig, ten langen leste

Bleef als laatst over de beste

Haar fraaie hoofd kende geen enkele wesp, pissebed

Of ander onzindelijk insect

 

 

Maar al zat er geen spaan van kwade gedachten bij

De prins was nog alsmaar niet blij

Want de prinses keek enkel glazig uit d’r ogen

En ook sprak ze geen woord

Deze verloofde was wellicht schoon in het hoofd

Maar daarom ook geheel gedachteloos

 

 

De prins was na een paar uur al zo verveeld

Met zijn schoonhoofdige verloofde

Dat hij zijn gelofte verbrak

En nog eenmaal koos

Een boerendochter met één zoemende hommel

En toch, ondanks dat

Was ze meer licht en honnig

Dan elk ander zonder gedachten”

 

 

(IK KAN NIET WACHTEN!!!)